Therapie

Voor jezelf

  • Angst: onzekerheid, negatieve en sombere gedachten hebben, gebrek aan zelfvertrouwen, jezelf niet durven uiten, te onduidelijk blijven, jezelf afwijzen, piekeren of zorgen over je mentale gezondheid hebben.
  • Boosheid: woede, agressieve handelingen plegen jegens jezelf of anderen, jezelf verwonden, stil verzet, conflicten hanteren en omgang met ergernissen en irritaties.
  • Verdriet: gemis van geliefden, gezondheid, werk of zingeving, eenzaamheid, gebroken zijn met of afgescheiden zijn van belangrijke anderen zoals familie en vrienden (collega’s), verliesverwerking, rouw en complexe rouw.
  • Onrust: stress, overspannenheid, burn-out, alles is te veel, vermoeidheid; uit balans zijn.
  • Trauma’s: last houden van overspoelende ervaringen, dromen erover en nachtmerries ervaren, herbelevingen hebben, het vermijden of juist opzoeken van vergelijkbare situaties.
  • Schuldig voelen over situaties in je leven en/of daadwerkelijk schuld hebben aan iets waar je spijt van hebt; zoeken naar wegen van herstel van relaties.
  • Verwerkingsmoeilijkheden uit je verleden: herhaling van patronen, het vermijden van personen en situaties, geen relaties durven aangaan of juist vastklampen aan iemand.
  • Patronen die zich herhalen zoals steeds verkeerde partnerkeuze, familie patronen, opvoeding of arbeidskeuzes.
  • Verslaving: middelen als tabak of drugs, seks, alcohol of anderszins.
  • Eetproblemen, anorexia, boelimia, andersoortige eetproblemen.